Stoppen met rennen

Over accepteren dat het niet goed gaat en even rust.

Stoppen met rennen

In de eerste periode dat je bent uitgevallen, zie ik vaak dat je nog volop aan het vechten bent tegen het feit dat je ziek bent. Je bent in je hoofd en in je lijf nog steeds aan het rennen. Ik vergelijk dit vaak met een gladde zeephelling.

Stel je voor dat je op zo’n gladde zeephelling staat. Je bent keihard omhoog aan het rennen. Dat deed je de laatste tijd, voordat je uitviel, eigenlijk ook al. Je rent in de hoop om weer boven te komen, maar ook uit angst om niet helemaal onderaan terecht te komen.

Maar rennen op zo’n gladde helling is slopend. Je raakt er compleet bekaf van en je komt niet vooruit. Sterker nog: terwijl je omhoog probeerde te rennen, ben je langzaam toch steeds verder naar beneden gegleden.

Wat gebeurt er nu als je stopt met rennen? Misschien glijd je nog een paar meter naar beneden. Maar de realiteit is: als je je hebt moeten ziekmelden, ben je eigenlijk al beneden aangekomen. Je zakt dus gewoon niet zo ver meer.

Je moet nu stoppen met vechten, stoppen met rennen. Ga eerst maar eens rustig op je kont in het gras zitten, daar beneden in het dal. Neem de tijd om even helemaal bij te komen en uit te hijgen van al dat geren.

Pas als je weer wat op adem bent, gaan we samen op zoek naar de weg omhoog. Dat is geen gladde zeephelling meer, maar een echt pad. Omdat het begin van dat pad daar in het dal wat verstopt zit achter de bosjes, heb je even iemand nodig die de weg kent om je op weg te helpen.