
Na een periode van ziekte ga je weer aan het werk. Je moet dit werk dan stap voor stap opbouwen. Ben je maar kort ziek geweest, bijvoorbeeld door een griepje? Dan kun je meestal direct weer je normale uren werken. Was je iets langer ziek? Dan werk je misschien eerst één of twee weken halve dagen. Maar ben je echt lang weggeweest, bijvoorbeeld door overspanning of een burn-out? Dan is een rustige en geleidelijke opbouw heel belangrijk.
Ik vergelijk dit vaak met een marathonloper die een ongeluk heeft gehad. Als hij na een tijdje weer mag trainen, begint hij met een kilometer rustig joggen en niet meteen met tien kilometer hardlopen. Hij gebruikt een uitgebalanceerd trainingsschema met trainingen en rustmomenten. Dat ene kilometertje joggen lijkt natuurlijk nog helemaal niet op de marathon die hij vroeger liep, maar het is wél de eerste stap terug in die richting. Dit voorkomt ook dat hij opnieuw geblesseerd raakt. Zo werkt het ook met terugkeren naar je werk.
Opbouwen in een vast ritme
Een goed opbouwschema is ’tijdcontingent’. Dat is een lastig woord. Het betekent eigenlijk dat je opbouwt in een vast ritme, bijvoorbeeld door elke twee of drie weken een stapje erbij te doen. Je werkt op vaste tijden, een vast aantal uren en je doet afgesproken taken. Je houdt je aan dit schema, ook als je je op een dag wat minder goed voelt. En heel belangrijk: je werkt dus ook niet langer of meer op een heel goede dag!
De andere manier is ‘klachtencontingent’ opbouwen. Dat betekent dat je meer werkt als je je goed voelt, en minder als je klachten hebt. Dit klinkt logisch, maar in de praktijk werkt dit vaak averechts. Je gaat op een goede dag namelijk veel te snel over je grenzen heen. Je doet dan te veel. Daarna krijg je een terugslag en ben je weer dagen moe. Zo duurt je herstel uiteindelijk veel langer.
Let op: Gebruik heldere en duidelijke omschrijvingen voor je taken in de opbouwfase. Soms hoor je de term ‘arbeidstherapie’ nog. Dit is een oud woord uit de wetgeving van vóór 1994. Het is juridisch en praktisch veel te onduidelijk. Gebruik die term dus liever niet. Schrijf gewoon duidelijk op hoelang je er bent en welke taken je precies doet.
Praktische tip: Maak twee plannen
Een hele goede tip uit de praktijk is om niet één, maar twee plannen te maken als je start met re-integreren:
- Een zeker haalbaar plan: Dit is je basisplan. Je weet zeker dat je dit schema kunt volhouden, zelfs op een slechte dag. Goed en duurzaam herstellen is namelijk áltijd beter dan te snel opbouwen met het risico op een terugval.
- Een ambitieus plan: Dit schema bouwt net iets sneller op naar je einddoel.
Je start in principe gewoon met het zekere, haalbare plan. Maar je kunt wel met je leidinggevende bespreken wat jij nodig zou hebben om dat ambitieuze plan te kunnen halen. Heb je daarvoor bijvoorbeeld een hele rustige werkplek nodig? Minder prikkels? Of elke week een kort overleg? Door dit te bespreken, kijken jullie samen naar mogelijkheden in plaats van naar beperkingen en weet je werkgever precies hoe hij of zij jou het beste kan helpen.
Verdeel je energie
Verdeel je uren slim over de week. Het is voor je energie bijna altijd beter om het werk over meerdere dagen te verdelen. Werk bijvoorbeeld liever 5 dagen van 4 uur, dan 4 dagen van 5 uur. Zo voorkom je dat een werkdag te veel energie kost. Alleen in speciale roosters, zoals een volcontinu ploegendienst of in het ziekenhuis, kan het soms handiger zijn om toch iets langere dagen te maken om in het rooster te passen. Maar voor je eigen energiebalans is spreiden over de week het allerbeste.
Onregelmatige diensten
Werk je normaal gesproken in onregelmatige diensten? Dan kun je het beste beginnen met zoveel mogelijk regelmaat in je opbouwritme. Kies er in het begin bijvoorbeeld voor om in plaats van een nachtdienst een ochtend- of dagdienst te draaien. Pas als de basis goed gaat, kun je die onregelmatigheid weer stapsgewijs opbouwen. Zet deze afspraken over je diensten ook duidelijk in je opbouwplan, dan is het voor iedereen helder.
Elke twee weken evalueren
Een plan is natuurlijk maar een plan. Het is heel belangrijk om elke één tot twee weken samen met je leidinggevende te kijken hoe het gaat. Gaat het goed? Dan zet je de volgende stap uit het schema. Is de volgende stap toch nog te zwaar? Dat is helemaal niet erg. Dan blijf je gewoon een weekje langer op hetzelfde aantal uren werken. Daarna kijk je weer verder.
Hieronder staan drie voorbeelden van opbouwschema’s voor verschillende soorten werk. Klik op de tabbladen om het schema te zien dat het beste bij jouw situatie past. Pas het schema altijd aan naar je eigen werk.
Voor veel kantoorfuncties is het in het begin belangrijk om met ’enkelvoudige’ taken te starten. Dit is echt iets anders dan ’eenvoudige’ of simpele taken. Ook als je hoger opgeleid bent, moet het werk wel boeiend blijven. ‘Enkelvoudig’ betekent hier: je gebruikt wel je denkkracht, maar zonder alle drukte eromheen. Je focust je op één inhoudelijke klus. Bijvoorbeeld een analyse maken of een tekst schrijven waarvoor je alle gegevens al hebt. Je doet dit zonder rinkelende telefoons, zonder spoedklussen, zonder lastige belangen en zonder vergaderingen.
| Week | Uren | Taken |
|---|---|---|
| 1 & 2 | 2 x 3 uur | Harde knip in mailbox: Verplaats álle e-mails van vóór je eerste werkdag naar een map ‘Oud’. Ga deze niet meer lezen. Als het echt belangrijk is, weten ze je te vinden. Enkelvoudige taak: Start rustig en in je eigen tempo met één afgebakende, inhoudelijke klus (zie uitleg hierboven). |
| 3 & 4 | 3 x 3 uur | Verder werken aan de enkelvoudige taak. Geen telefoon aannemen. Geen nieuwe mail verwerken. Geen overleggen bijwonen. |
| 5 & 6 | 3 x 4 uur | De enkelvoudige taak afronden en misschien een nieuwe starten. Vanaf nu mag je elke dag kort (bijvoorbeeld 30 minuten) de nieuwe, binnenkomende mail doornemen. |
| 7 & 8 | 4 x 4 uur | Start met de overdracht van 1 of 2 kleine, lopende projecten. Je mag meedoen aan maximaal één intern overleg per week. Dit is alleen om te luisteren (observeren). |
| 9 & 10 | 5 x 4 uur | Werken aan je lopende projecten. Je mag de telefoon weer oppakken voor een vast, klein deel van de dag. |
| 11 & 12 | 5 x 5 uur | Jouw eigen werk en projecten verder uitbreiden. Je sluit langzaam weer aan bij de normale (vak)overleggen. |
| 13 & 14 | 5 x 6 uur | Je eigen werkzaamheden uitvoeren. Blijf goed opletten dat je korte pauzes neemt tussen je afspraken door. |
| 15 & 16 | Volledig | Volledig meedraaien in je eigen functie. |
In de zorg is de werkdruk vaak hoog. Er zijn ook veel prikkels. Het belangrijkste bij de start van je re-integratie in deze sector is dit: je draagt de eerste weken absoluut géén eigen verantwoordelijkheid voor patiënten of cliënten. Je bent er wel, maar puur om je collega’s te helpen.
| Week | Uren | Taken |
|---|---|---|
| 1 & 2 | 2 x 3 uur | Als extra (boventallig) meedraaien. Je hebt geen eigen patiënten of cliënten. Je voert alleen lichte, duidelijke zorgtaken uit. Of je maakt een praatje met patiënten. |
| 3 & 4 | 3 x 3 uur | Nog steeds als extra meedraaien (boventallig). Je helpt op drukke momenten die je vooraf weet, zoals tijdens het eten. Je kunt dit combineren met een taak zonder patiënten, zoals protocollen doorlezen of de kasten controleren. |
| 5 & 6 | 3 x 4 uur | Je bent nu deels verantwoordelijk voor 1 of 2 patiënten met weinig complexe zorg. Je doet dit altijd samen met een directe collega als vaste back-up. |
| 7 & 8 | 4 x 4 uur | Je breidt het aantal eigen patiënten langzaam een beetje uit. Dit past bij het aantal uren dat je werkt. Je back-up blijft altijd op de achtergrond aanwezig. |
| 9 & 10 | 5 x 4 uur | Je draagt zelfstandig de zorg voor je eigen patiënten tijdens de afgesproken uren. Je doet weer mee aan de vaste overdracht. |
| 11 & 12 | 5 x 5 uur | Je voert je normale zorgtaken uit. Je wordt nog steeds alleen ingepland in de basis-dagdiensten. Je draait dus nog geen nacht- of weekenddiensten. |
| 13 & 14 | 5 x 6 uur | Je normale zorgtaken uitvoeren in de dagdiensten. |
| 15 & 16 | Volledig | Je normale zorgtaken uitvoeren. Je start met het bespreken van je terugkeer in het volledige dienstenrooster. Je gaat langzaam weer onregelmatig werken. |
Dit schema is heel geschikt voor werk in de logistiek, de facilitaire dienstverlening of in een fabriek (productie). In dit werk sta je vaak met veel collega’s in één ruimte. Het doel in de eerste weken is dat je er fysiek weer bent. Je proeft de sfeer op het werk en je maakt je nuttig. Maar je doet dit nog zonder de druk of het hoge tempo van het normale productieproces.
| Week | Uren | Taken |
|---|---|---|
| 1 & 2 | 2 x 3 uur | Collega’s helpen. Je helpt met praktische klusjes in je eigen tempo. Je kiest dingen waar anderen niet aan toekomen. Je neemt nadrukkelijk nog géén plek in binnen het normale, tijdsgebonden proces. |
| 3 & 4 | 3 x 3 uur | Je doet een zelfstandige opruimklus of je telt bijvoorbeeld de voorraad (inventarisatie). Dit is een klus die al een tijdje is blijven liggen. Je bepaalt hierbij helemaal je eigen tempo. |
| 5 & 6 | 3 x 4 uur | Je helpt deels je collega’s en je doet deels je eigen werk. Je draait voor de eerste keer kort mee (bijvoorbeeld 1 uur) in het normale, vaste proces. De rest van de uren doe je weer losse klusjes. |
| 7 & 8 | 4 x 4 uur | Je draait ongeveer de helft van je tijd (bijvoorbeeld 2 uur) mee in het normale werk. Tussendoor stap je af en toe bewust even van de werkvloer af voor een moment rust. |
| 9 & 10 | 5 x 4 uur | Je draait voor het grootste deel mee in je eigen werk, voor de uren dat je er bent. Je probeert je pauzes weer in te korten naar de normale tijden. |
| 11 & 12 | 5 x 5 uur | Je doet je normale werkzaamheden weer voor de afgesproken uren. |
| 13 & 14 | 5 x 6 uur | Reguliere werkzaamheden. |
| 15 & 16 | Volledig | Je draait weer volledig mee in je eigen functie en in het eventuele ploegenrooster. |
Hieronder kun je een leeg opbouwplan downloaden dat je zelf kunt invullen. Veel succes!
Download Leeg Opbouwplan (Word)